Floris Vrijwilligerswerk in Thailand 04 mei 2018

Floris besloot vrijwilligerswerk in Thailand te doen! Van een sportproject op basisscholen tot een berg beklimmen en een jungle trek. Floris heeft van alles meegemaakt en deelt zijn verhaal met ons. 

Floris leert Thailand door vrijwilligerswerk op meerdere manieren kennen

Vrijwilligerswerk in Thailand

Fris en fruitig begin ik aan mijn avontuur als vrijwilliger bij een sportproject dat is opgezet door de organisatie (The Green Lion) waar ik inmiddels al ruim een week verblijf. Het project houdt in dat ik sportlessen zal gaan geven op twee verschillende lokale basisscholen, samen met twee andere vrijwilligers van mijn leeftijd. De leeftijden van de kinderen variëren van een jaar of vijf tot ongeveer twaalf jaar. Best een uitdaging dus.

Floris leert Thailand door vrijwilligerswerk op meerdere manieren kennen

De kinderen krijgen in hun reguliere lesprogramma maar een uur sportles per week. De lessen die wij als vrijwilligers verzorgen zijn dus een extraatje. Daardoor zijn we eigenlijk vrij om te doen en laten wat we zelf willen: de ene keer spelen we volleybal (of een versimpelde variant daarvan), de andere keer werken we ons samen met enkele talentvolle spelertjes in het zweet op het zanderige voetbalveld. De sportfaciliteiten zijn basic, maar de scholen zelf zijn best modern en redelijk goed onderhouden. Beide scholen zijn voorzien van een eigen tempel, die vooral wordt gebruikt als voetbalgoal. Over het algemeen zijn de kinderen – die niet of nauwelijks Engels spreken - heel enthousiast en bereid om dingen te leren, vooral met behulp van uitbeelding. Op een paar uitzonderingen na: vooral sommige meisjes en de wat ‘vollere’ kinderen hebben er na een tijdje genoeg van. Wat ook wel begrijpelijk is, want écht sporten in 30 graden is niet te doen. Gelukkig geven we meestal maar twee of drie lessen per dag (’s ochtends en/of begin van de middag) en krijgen we tussendoor water, ijsjes en een prima lunch, uiteraard met rijst. De vele uren vrije tijd na de lessen vullen we onder meer met tripjes naar het zwembad, de lokale markt, de bar en uitrusten in de hangmat van het complex. 

Floris leert Thailand door vrijwilligerswerk op meerdere manieren kennen

Samen met een aantal vrijwilligers van het complex ga ik volgende week de jungle in voor een trekking van maar liefst vijf dagen. Niet minder uitputtend dan het sportproject dus. De week erna gaan we met een groep naar het Noorden voor een road trip met de trein. Het weekend gebruik ik om goed uit te rusten voor de trekking, zodat ik helemaal klaar ben om ‘back to basic’ te gaan.

Floris leert Thailand door vrijwilligerswerk op meerdere manieren kennen

Jungle trekking

De volgende ochtend vertrek ik met een groep van veertien man (inclusief onze Thaise gidsen Oh en Chin en een vriendelijke 71-jarige Israëliër) richting het noordwesten, naar Phu Toei National Park. De rit vanuit mijn verblijfplaats Singburi duurt ongeveer drie uur. Onderweg stoppen we bij de Tesco (een soort Makro) om de laatste benodigdheden in te slaan, zoals snacks en zonnebrand. In twee weken tijd heb ik mijn hele flesje zonnebrand factor 50(!) namelijk al bijna helemaal op gemaakt. En toch ben ik knalrood. Ach ja, zo zie je tenminste dat ik ‘op vakantie’ ben geweest.

Floris leert Thailand door vrijwilligerswerk op meerdere manieren kennen

De eerste camping waar we verblijven is niet bepaald spectaculair. Het lijkt er een beetje op de Ardennen: een heuvelachtig gebied met veel dennenbomen. Leuk, maar hiervoor heb ik niet tien uur in het vliegtuig gezeten. Dus gaan we na het opzetten en inrichten van de tweepersoons-tentjes – die we voor een minuscuul bedrag hebben gehuurd – op verkenningstocht met een deel van de groep. We hebben de rest van de dag vrij, dus genoeg tijd voor een flinke wandeling. Al gauw kom ik erachter dat de omgeving wel degelijk verschilt van het landschap van onze zuiderburen: de grond is bedekt met tropische begroeiing en insecten. En het aantal gigantische spinnen is nauwelijks bij te houden. Een geïmproviseerde wandeling langs, over en onder bamboestokken brengt ons bovenop een heuvel met prachtig uitzicht. Op de terugweg verzwik ik meerdere keren bijna mijn enkel. Maar dat is mijn eigen schuld, want ik heb mijn goedkope sneakers aan. De rest van de dag vullen we met voetballen en andere spelletjes op het grasveld, eten en luisteren naar het verdienstelijke gitaarspel van een van de gidsen. Alcohol op het terrein is verboden, dus de avond verloopt en eindigt rustig.

De échte trekking is pas op dinsdag en woensdag. In onze trucks vertrekken we naar een ruig gebied met meerdere watervallen. Het is een eindje rijden en de weg is hobbelig, maar het is de moeite waard. Wat een prachtige natuur. Overal waar je kijkt is wel iets moois te zien: grotten (genaamd Tan Lod Hai en Tan Lod Noi), gigantische bomen, vreemde planten, steile rotswanden, vleermuizen, tropische vogels, noem maar op. De wandeling is zwaar maar enorm indrukwekkend. De grote backpacks blijven gelukkig achter in de trucks. Met een volle rugzak (voornamelijk water) sleep ik mezelf door donkere grotten en over verwilderde paadjes. Gids Chin heeft ons watervallen beloofd, dus daar houd ik me maar aan vast. In de bloedhitte banen we ons een weg via levensgevaarlijke houten trappetjes die ons naar de watervallen moeten leiden. Wat ben ik blij met mijn nieuwe bergschoenen. Ze houden me letterlijk en figuurlijk op de been. Een paar uur later bereiken we de watervallen, waar we genieten van onze lunch die zit verpakt in bananenbladeren. Hoe ‘back to basic’ wil je het hebben? We nemen een korte pauze bij een klooster op het hoogste punt van de berg. Een verfrissende douche onder een van de watervallen geeft me nieuwe energie voor de terugweg. Die valt nog vies tegen, maar zonder kleerscheuren keren we aan het eind van de middag, na een kort bezoek aan een lokale markt, terug op de camping. Hier rusten we uit voor wat komen gaat.

Floris leert Thailand door vrijwilligerswerk op meerdere manieren kennen

Dag twee van de trekking vindt een eindje verderop plaats. Het is er zo mogelijk nog meer dichtbegroeid. Urenlang lopen we langs kleine beekjes, die worden afgewisseld met steile rotsen, afgronden en watervallen. De omgeving is ook hier adembenemend. Net als de luchtvochtigheidsgraad: nooit eerder heb ik zó veel gezweet. Binnen een mum van tijd is mijn water op. Gelukkig hebben we extra flesjes bij. Ook vandaag hebben we weer lunch verpakt in bananenbladeren, die we dit keer verorberen zittend op rotsblokken in een beekje met kabbelend water. De zon heeft inmiddels plaatsgemaakt voor bewolking, maar minder warm heb ik het zeker niet. Integendeel. De prachtige dingen die ik om me heen zie vergoeden gelukkig veel. Zoals de Tapernkeeyai waterval, die we als douche gebruiken voordat we de volgende ‘camping’ (Tapernkee Ranger station) bereiken. Daar is namelijk geen douche. Alleen een klein kraantje om je tanden te poetsen. Deze uiterst primitieve camping heeft wel een prachtige ligging met uitzicht op de berg die we morgen gaan beklimmen. We zetten onze tenten op en vermaken ons met het uitzicht, een wandelingetje door een lokaal gehucht, een barbecue met kampvuur en een traditionele Thaise dans opgevoerd door lokale kinderen. De nacht is minder geslaagd, al ben ik inmiddels bijna gewend aan die vreselijk harde matjes.

Berg beklimmen in Thailand

Donderdag is klimdag: we beklimmen Thewada Peak (1123 meter), de hoogste berg van de provincie Suphanburi. En dat valt niet mee. De berg is ruig en het stijgingspercentage is verraderlijk. Uit voorzorg draag ik vandaag een sportshirt in plaats van een normaal shirt. En dat is een goede keuze, want ook vandaag ga ik weer kapot van de hitte. Desalniettemin bereik ik als een van de eersten het Boeddhabeeld op de top van de berg. Het uitzicht is schitterend. Honderden foto’s en selfies later dalen we weer af en gaan we naar onze camping om alle spullen te pakken. Zonder bergschoenen had ik bij de afdaling hoogstwaarschijnlijk mijn beide enkels gebroken. Zó steil en hobbelig is de ondergrond. En daarnaast merk ik dat ik niet bepaald een geboren afdaler ben. Maar ik heb het gehaald en daarom trakteer ik mezelf op aardbeien en ananas bij het ‘winkeltje’ aan de voet van de berg.

Later op de dag keren we terug naar de camping waar we de eerste twee dagen ook al verbleven. Onderweg slaan we flink wat bier in, want dat hebben we verdiend na zo’n zware week. ’S Avonds wonen we een show bij voor schoolkinderen die op de zelfde camping verblijven als wij. Niet veel aan, maar dankzij de alcohol vermaken we ons prima. Met een lichte kater rijden we de volgende morgen naar de stad Suphanburi, waar we inchecken in een groot hotel met zwembad. Hier brengen we het restant van de vrijdag door, om vervolgens de volgende ochtend - na een korte stop bij alwéér een markt - huiswaarts te keren.

Floris leert Thailand door vrijwilligerswerk op meerdere manieren kennen

Home sweet home

Het voelt goed om weer ‘thuis’ te zijn na zo’n slopende week. We vieren onze thuiskomst met misschien wel mijn laatste bezoek aan de bar bij het complex, want ik kom waarschijnlijk niet meer terug in het vrijwilligerscomplex na de road trip met de trein van komende week. De oude eigenaresse van de bar wast voor de laatste keer mijn kleren. Ze gaat me missen, zegt ze. Wat een lief mens. Zondagmiddag is ook mijn laatste keer in het lokale zwembad. Best een gek idee. Ik ben hier pas drie weken, maar voel me er al helemaal thuis. Maar ik heb ook heel veel zin in komende weken: eerst een road trip naar de noordelijke stad Chiang mai, daarna waarschijnlijk een vlucht naar het zuiden. Wat een vooruitzicht...

Wil jij net als Floris het avontuur aangaan en vrijwilligerswerk doen in Thailand of een van de andere landenVraag dan onze vrijwilligerswerk brochure aan en bekijk onze gratis Infodagen!

 

Gerelateerde programma's